Week 8: 26 maart tot 1 april
Zwemdagje met ‘De Vrienden van Kassim’
Vandaag ben ik meegegaan met de organisatie ‘Vrienden van Kassim’. Dit is een organisatie voor kinderen met een handicap waar vrijwilligers die fysiotherapeut of kinesist zijn zich voor inzetten. Normaal gaan zij op huisbezoek bij ieder kind maar één van de vrijwilligsters, Sacha, had het idee om eens naar het zwembad te gaan met een aantal kindjes die wat beter ter been zijn. Sacha ken ik via de organisatie Vrijwillig Wereldwijd en we lunchen vaak samen op het kantoor. Omdat ik en de andere Belgische studenten interesse toonden voor haar project heeft zijn aan ons gevraagd om mee te gaan naar het zwembad als extra begeleiding. Dit is wel nodig omdat de kinderen individuele aandacht en hulp nodig hebben bij het aan- en uitkleden en om in het zwembad begeleid te worden. Dit is namelijk helemaal nieuw voor hen en je weet maar nooit hoe zo’n kindje zou reageren in het water.
Ik vond het toch een hele ervaring om eens mee te gaan met deze kindjes, ze te begeleiden en gewoon om met hen samen te spelen en te eten. Ik merkte direct hoe dankbaar ze waren en hoe hard ze van het zwemmen genoten. Ze lachten, kraaiden en spetterden in het water van plezier.
Ik hield een meisje vast en liet haar door het water glijden en ze kon er geen genoeg van krijgen. Een jongetje met spastische spieren hield ik een tijdje goed vast zodat hij niet onder water zou gaan wat wel wat zwaar was omdat hij plots hele grote en hevige bewegingen begon te maken maar hij was zo tevreden in het water dat ik het er helemaal voor over had.
Wat ik mooi vond was dat de kinderen elkaar totaal niet kenden en dat er toch goed werd samengespeeld. Al waren er ook kinderen die hun bal of zwemband niet wilden delen, maar na wat gediscussieer gaven ze hem toch aan elkaar door. Ook waren ze wat stilletjes in het begin en zeiden ze niet veel maar tegen het einde begonnen ze luider te worden en meer en meer te praten, met elkaar en met ons.
Ik hielp hen met in en uit het water te gaan en er werden drankjes en koekjes uitgedeeld onder de boom, kortom het was een hele gezellige middag.
De kinderen waren toch wel moe tegen het einde van de uitstap, maar ik denk dat ze een onvergetelijke dag hebben gehad!
Voor mijzelf als toekomstig leerkracht was het ook heel boeiend om dit mee te maken omdat ik in mijn toekomstige werkcarrière ook te maken kan hebben met kindjes met een fysieke handicap.
Ik heb afgesproken om volgende dinsdag eens mee te gaan met Sacha op huisbezoek bij een kindje met het syndroom van Down. Ik ben benieuwd hoe zo’n kindje hier in Ghana wordt opgevangen en hoe hier in het dagelijkse leven mee wordt omgegaan.
Bewegingsles 4: De kleuren
Deze bewegingsles verliep heel moeizaam. De kinderen begrepen het Engels niet en kenden de kleuren niet, ook niet na deze een aantal keren te hebben herhaald. De kinderen vonden het heel fijn dat ze een stip kregen op hun hand en neus en waren daar heel erg geboeid mee bezig zodat ze minder aandacht schonken aan ons, de leerkrachten. Ze zwegen niet en babbelden met hun buur, veegden de stoep of keken naar wat er gebeurde op de speelplaats. Als we de kleur hadden benoemd en even later weer vroegen welke kleur hij of zij had keken ze ons aan en begonnen in het wilde weg te raden. Ze keken ook totaal niet naar hun hand maar keken naar ons duidelijk niet wetend wat te zeggen.
De kinderen zijn het niet gewoon om individueel te handelen en reageren vaak in groep in plaats van als individu te denken. Zo was het heel moeilijk voor hen om enkel te reageren als hun kleur werd genoemd. Als er één iemand over liep liepen ze allemaal over. Het was heel moeilijk om hen duidelijk te maken dat ze goed moesten luisteren vooraleer gewoon over te lopen. Zelfs toen een leerkracht het in het Dagbanli had uitgelegd bleven ze meestal in groep reageren. Ze wisten wel nog goed hoe het spel van de vorige keer ging, met de grote bewegingen. Dit was wel positief maar hierbij moesten ze natuurlijk in de hele groep voortbewegen en konden ze gewoon kijken wat de ander aan het doen was wat voor hen echt een gewoonte is.
Omdat de kinderen de basiskleuren totaal nog niet kennen hebben we besloten om volgende week hier verder op door te gaan. Door de kleuren via plaatjes concreter te maken willen we hen deze beter laten onthouden. Toen ik aan hun juf vertelde dat de meeste kinderen totaal geen kleuren kende zei ze verontwaardigd dat ze daar nochtans wel al les rond heeft gegeven. Maar dan antwoorden ze klassikaal en worden ze niet individueel getest of ze het allemaal kennen.
Voetbal = ‘playing ball’
De jongens van k2 hebben “gevoetbald” tegen de jongens van K3. De meisjes mochten aan de kant supporteren. Het was eerder rugby dan voetbal want er zijn geen regels en iedereen loopt gewoon in een hoopje achter de bal. Als er een goal werd gemaakt werd er heel luid gejuicht en de meisjes begonnen enthousiast te zingen.
Positief was wel de groepssfeer bij de meisjes die juichten en zongen langs de kant en zij hadden hier duidelijk meer plezier in dan de jongens in het voetballen. De kinderen konden zich buiten eens uitleven en waren eens uit de klas.
Het negatieve hier was wel dat er dus geen regels waren en er dus niet echt een spel tot stand kwam. Niet iedereen stond op het veld en er waren heel veel valpartijen, botsingen en gestruikel. De 2 juffen waren aan de kant gezellig aan het kletsen en grepen in als het te bont werd op het veld.
Weekendje Paga
Dit weekend naar Paga geweest. Dit stadje ligt vlak aan de grens van Burkina Faso. We zijn dan ook even over de grens geweest en hebben dus even het Ghanese grondgebied verlaten. Dit wel met toestemming van de grenswachters want het is niet vanzelfsprekend dat je zomaar Ghana verlaat zonder paspoort of visum. We werden al teruggestuurd door de grenswachters want we hadden een foto gemaakt over de grens en dat kon toch niet zomaar. In Burkina Faso spreken ze Frans, maar voor de rest zag het er helemaal hetzelfde uit als in Ghana, ma bon, ik kan nu toch zeggen dat ik in twee Afrikaanse landen al ben geweest.
Ook ben ik naar een krokodillenpark geweest waar ik een krokodil kon aaien, een hele tamme weliswaar. Het meer stikte van de krokodillen en overal waar je keek dreven er krokodillen in het water en kropen er krokodillen aan land. Wel echt grappige beesten om te zien lopen over het vaste land en echt gevaarlijk zien ze er niet uit, maar schijn bedriegd!
Dan zijn we naar het voormalig slavenkamp Pikworo geweest. Rond 1850 leidden de handelsroutes van de slavenjagers en –handelaren naar Paga en vanhieruit gingen de slaven te voet zuidwaarts naar de kust waar ze op een schip werden gezet. Ik vond de sfeer in het kamp heel speciaal en de gids vertelde boeiend over hoe de slaven hier bij elkaar geleefd hebben.
De reis heen en terug naar Paga deden we in een trotro en in een taxi, dus het was veel aangenamer reizen da als we met de bus gingen. Het grappige is dat de trotro helemaal vol wordt gestouwd met mensen zodat je niet zomaar kunt uitstappen voor een plaspauze of zo. Een mama had daarom gewoon haar kind via het raam even naar buiten gehesen, het laten plassen en dan heeft iemand het kind weer door het raam terug aangegeven. Zo handig toch! En persoonlijke ruimte kennen ze hier ook niet, iedereen zit zo wat half op elkaars schoot en het is heel normaal dat je tegen elkaar in slaap begint te vallen.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}